Fiets

Een fladderende jurk

Over het zadel van je fiets

Voor mij betekent het heel veel

Een ander zegt ’t niets

 

Het is echt onvoorstelbaar

Hoe groot jij bent gegroeid

Dus een peuter op een fietsje

Is iets wat mij oneindig boeit

Razendsnel

Soms heb je van die dagen

Die gaan ontzettend traag

Je telt dan de minuten

Pelt ze, laag voor laag

Vaak heb je op die dagen

Niets omhanden, geen vermaak

En aan al je eten

Zit dan ook geen smaak

Daar tegenover staan de dagen

Die gevuld zijn met gelach

Kletsen, eten, drinken

Iets verder gaan dan mag

Achteraf weet je

Dat je te veel dronk en at

Maar als de dagen razendsnel gaan

Heb je wel goed gezelschap gehad

Als ik later groot ben

Als ik mijlenver mocht dromen

Ver de horizon voorbij

Dan droomde ik de grootste dromen

Maar dat is niets voor mij

 

Ik droom mijn kleine droompjes

Durf niet ver vooruit te zien

Maar als ik later groot ben

Dan durf ik wel

Misschien

Kans

Als je denkt dat er geen eind komt

Aan je zorgen en je pijn

Weet dan dat je bijna daar bent

Daar waar je wilt zijn

 

Ieder krijgt zijn eigen sores

Niemand ontspringt de dans

Dus denk maar zo, het komt wel goed

Want crisis biedt ook kans

Mooi

Wat ben je mooi

zoals je daar speelt

En al het leed

van je knuffelbeer heelt

 

Voor al je knuffels

Heb je namen bedacht

En iedere avond

wens jij ze goedenacht

 

Ik krijg geen genoeg

van jou en je spel

Dus kijk ik een tijdje

De rest komt morgen wel

Blote voetjes

Met je kleine blote voetjes

Zet je steeds opnieuw een stap

Verder in de wereld

Oh, wat ga je rap

 

Wiebel wiebel

Heen en weer

Dan val je om

En staat alweer

 

Het is fijn om naar te kijken

Hoe jij vol vertrouwen staat

Ik hoop dat jij ook later

Zo door het leven gaat

Mensje

Lief klein mensje

welkom hier

wat ben je goed gelukt

 

Ik hoop dat jij

hier in dit leven

iedere dag plukt

 

Geef je liefde

volg je dromen

en wees maar wie je bent

 

Dan kan ik als jij groot bent

zeggen

Dat ik jou heb gekend

Stoer

Stoere verhalen

om in te verdwalen

Oh, kleine jongen

Wat word je al groot

 

Stoeien en spelen

Met je beste vriend delen

En tussen de middag

Wel drie plakken brood

 

Maar ’s avonds in je bed

Net voor het slapengaan

Oneindige knuffels

voordat ik mag gaan.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑